Gedicht: Klaplong

Het rennen
En draven
Laat maar even zitten

In de stilstand een wildwaterbaan
De pan kookt over
Een harde, schelle lach
Komt ineens rap dichterbij
Een fluister wordt geschreeuw
Over stilstaan is vallen
En ik verlies zometeen mijn evenwicht

De machine moet geolied worden
Maar met piepende remmen
Kom ik ook wel vooruit
Bikkel, zeggen ze

Een verkoudheid van de geest
Ik nies onsamenhangend
Een verhaal waar niet om valt te lachen
Maar toe maar weer

Een klaplong is ook maar een emotie
Snorkelen is denk ik niks voor mij
Ik wil niet op reis of duiken met een wetsuit aan
In het donker
Donker hè
Ja

Onderwater is het rustig wonen
Zo zonder een goede buur of een verre vriend
We hebben geen brievenbus
Maar wel een grote klok
Om alles aan te hangen.

Jamila Faber, 2019.